Antizionisme, het nieuwe antisemitisme?

We horen het steeds vaker: “Ik heb niets tegen joden, ik ben geen antisemiet. Ik ben tegen de zionisten. Een zionist is een racist. Zelfs de Verenigde Naties onderstrepen het.

Op 10 november 1975, exact 37 jaar na de Reichskristallnacht (waarin Duitsers 400 joden vermoordden en minstens 10.000 joodse gebouwen verwoestten) bracht de toenmalige Sovjet-unie samen met 22 Arabische landen Resolutie 3379 'Zionisme is Racisme' in stemming tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Gesteund door 49 landen werd deze resolutie aangenomen. In 1991, net na de val van het IJzeren Gordijn, werd door 88 landen -waaronder de gehele westerse wereld én Rusland(!)- middels Resolutie 46/86 aangedrongen de ‘Zionisme is Racisme’-resolutie te herroepen. 111 landen stemden in en Resolutie 3379 werd officieel teniet gedaan.

Etymologie

Nathan Birnbaum, oprichter van de eerste zionistische organisatie Kadima en tevens voorloper van de geestelijk vader van het zionisme Theodor Herzl, wordt toegeschreven de term ‘zionisme’ in het leven te hebben geroepen. Zionisme staat voor de wens van joden zich te vestigen in een eigen staat, ongeacht of het praktisch, religieus, (bi-)nationalistisch, revisionistisch of zelfs Christelijk zionisme betreft. Taalkundig kan zionisme dus niet gelijk worden gesteld aan racisme, daar zionisme strikt de vestiging van joden in Eretz Israel voorstaat, joden slechts een volk vormen en daamee wellicht deel uitmakend van een ras geen ras vormen. Joden als zijnde ras, kunnen zich dus nimmer superieur opstellen ten opzichte van een ander ras.

Semantiek

In toenemende mate proberen (pro-)Islamitische antisemieten al dan niet van Arabische afkomst hun antisemitische uitspraken te verdedigen met de uitspraak dat ‘semantisch gezien men onmogelijk antisemitisch kan zijn, daar men zelf (pro-)semiet(isch) is.’ Deze spreekwoordelijke vlieger gaat echter niet op:
De term antisemitisme vindt net als ‘zionisme’ zijn oorsprong in het Duitsland van eind negentiende eeuw. Invloedrijke Duitse joden als Moritz Steinschneider en Wilhelm Marr zorgden ervoor dat de term antisemitisme synoniem werd voor jodenhaat. Het CIDI (Centrum Informatie en Documentatie Israël) omschrijft de term in de volgende werkdefinitie: “Antisemitisme is een bepaald beeld van Joden, dat zich kan uiten als haat tegen Joden. Retorische en fysieke uitingen van antisemitisme worden gericht tegen Joden of niet-Joden en/of hun bezittingen, tegen instellingen van de Joodse gemeenschap en religieuze voorzieningen.” Men maakt zich dus weldegelijk schuldig aan antisemitisme wanneer men stelt dat zionisme, wat louter het recht op zelfbeschikking van het Joodse volk voorstaat, gelijk staat aan racisme. Zoals eerder gesteld in "Israël en de Nederzettingen": Terminologie wordt mantra, mantra wordt doctrine.

Antizionisme = antisemitisme?

Kritiek op Israel maakt je geen van beiden. Een antisemiet kan immers nog steeds een zionist zijn, een jood kan per definitie antisemiet en antizionist zijn en een antizionist hoeft geen antisemiet te zijn. De scheidslijn ligt in het joodse karakter van de staat Israël: wanneer met anti-Israël of antizionist is omdat het de joodse staat betreft, dan maakt men zich schuldig aan antisemitisme. Zelfs de ultra-orthodoxe, antizionistische en anti-Israël Rabbijn Yaakov Shapiro onderschrijft bovenstaande met de volgende uitspraak: "Iemand die zionisme gelijk stelt aan jodendom, is óf een zionist, óf een antisemiet."

Bas Galuti,
Betar Nederland